who is Dommel?



WATER FLOWS UPWARDS (2021 – ongoing)
(Dutch below)

Artists collective Satellietgroep – Jacqueline Heerema, Francois Lombarts & Lotte Bosman – is invited by Waterschap De Dommel and Kunstloc Brabant to explore the Dommel for the Living Lab Brabantse Beken in the context of Landschapstriënnale 2021. Our artistic research area is the meandering rain river called Dommel in the stream valley (in Dutch: beekdal) around Sint-Oedenrode, in the Dutch province North Brabant. The Dommel flows from its southern source in Belgium over an inclined plane towards the river Maas (Meuse) at ‘s Hertogenbosch in the north, a distance of 120 kilometers. At Sint-Oedenrode, the Dommel makes an almost right-angled bend to the west, before she continues her flow upwards, to the north.

The team of Satellietgroep is curious about the genesis of the Dommel, from the deep subsurface to the current challenges. During five months of artistic field research, guided by the Dommel herself and (local) practitioners, natural and cultural scientists, the collective explored Dommel as a living entity. The collective approaches the Dommeldal as a mirror of the way in which we relate to the landscape and changing societal demands throughout time. The only constant factor seems to be the flowing Dommel herself. 

Who is Dommel?

Content Dommeltrommel: Veldwerkgids; ‘Natte plekkenkaart’, de eerste landsdekkende grondwaterdieptekaart van Nederland die is gemaakt door Von Frijtag Drabbe (1945-1954); mal en contramal; water- en bodemmonsters, offertjes om aan het eind van de reis aan de Dommel terug te geven.


Art offers an intervention in your own expectations and your own way of perceiving. You can look at the same thing in many ways and then experience very different things. During the following stage, Satellietgroep offers an inversion of the usual order, with a mold and counter mold, to (learn to) observe, perceive, interpret. In an effort to disclose a logic of time and climate and the essence of Dommel, an interplay between various types of water and raw materials that are colored by time and the uses and stories of people evolves.

“I notice that, in addition to biodiversity, more and more attention is recently focused on geodiversity, the natural variation in geological, geomorphological and soil phenomena and processes and their mutual relationship. Together with water (or hydro diversity), sociodiversity and biodiversity, geodiversity can increasingly be seen as a way of learning to care for the whole of the living environment” (quote Jacqueline Heerema).

Following the working method of Satellietgroep, called Explore, Collect, Share & Learn:
Part 1 [Explore]: Genesis, a five months artistic field research, Dec 2020 – April 2021.
Part 2 [Collect]: Toolkit, introducing Dommeltrommel, a DIY-toolkit to explore Dommel, April 28, 2021.
First explorers are Dirk Sijmons (landscape architect, H+N+S, emeritus professor Landscape Architecture TU Delft) and Anne van Kuijk (environmental advisor Province North Brabant) in the context of Landschapstriënnale 2021.
Part 3 [Share]: A five months DIY hand-to-hand travel period, April 28 – October 6, 2021
Part 4 [Learn]: Reflect on collected experiences on October 6, 2021.



(Dutch only) Kunstenaarscollectief Satellietgroep – Jacqueline Heerema, Francois Lombarts en Lotte Bosman – is uitgenodigd door Waterschap De Dommel en Kunstloc Brabant om veldonderzoek voor het Living Lab Brabantse Beken i.h.k.v. de Landschapstriënnale 2021 te ontwikkelen. Ons artistiek onderzoeksgebied is de meanderende regenrivier Dommel in het beekdal rond Sint-Oedenrode, in de Nederlandse provincie Noord-Brabant. De Dommel stroomt vanuit haar zuidelijke bron in België over een hellend vlak richting de Maas bij ‘s Hertogenbosch in het noorden, een afstand van 120 kilometer. Bij Sint-Oedenrode maakt de Dommel een bijna haakse bocht naar het westen, voordat ze haar stroom naar boven voortzet.

Het team van Satellietgroep is benieuwd naar het ontstaan van de Dommel, van de diepe ondergrond tot de huidige uitdagingen. Gedurende vijf maanden artistiek veldonderzoek, geleid door de Dommel zelf en (lokale) ervaringsdeskundigen, natuur- en cultuurwetenschappers, verkende het collectief de Dommel als levende entiteit. Het collectief benadert het Dommeldal als een spiegel van de manier waarop we ons verhouden tot het landschap en veranderende maatschappelijke opgaven door de tijd heen. De enige constante factor lijkt de stromende Dommel zelf te zijn.

Wie is Dommel?

Kunst biedt een interventie in je eigen verwachtingen en je eigen manier van waarnemen. Je kunt op veel manieren naar hetzelfde kijken en dan heel verschillende dingen ervaren. Satellietgroep biedt een inversie, of omkering van de gebruikelijke volgorde, met een mal en tegenmal, om (te leren) observeren, waar te nemen, te interpreteren. In een poging om een logica van tijd en klimaat en het wezen van de Dommel te ontdekken, ontwikkelt zich gaandeweg een samenspel tussen verschillende soorten water en grondstoffen die gekleurd zijn door de tijd en het gebruik en de verhalen van mensen.

Dommeltrommel



2021: WATER STROOMT OMHOOG

We gaan op zoek naar de Dommel, maar ze laat zich niet eenvoudig ontdekken. Ze meandert steeds uit zicht. Je moet moeite doen om haar te vinden. Is het een rivier of een beek? We ontmoeten de Dommel, maar begrijpen we haar? We horen verhalen over de Dommel, maar welk verhaal vertelt de wonderlijke Dommel zelf?

DRAAILING 

We ontmoeten de Dommel en leren over klimaat en de lange tijd van de aarde. Verschillende klimaatveranderingen volgen elkaar op. Met een samenspel van water en wind, verschillende grondstoffen en wisselende temperaturen. Grote zandverstuivingen met daartussen brede rivieren. De rivieren nemen door water en wind verpulverde bergen van elders in Europa in de vorm van stenen, kiezels of fijner zand, klei of leem mee richting de Noordzee. In Brabant heerste tot 12.000 jaar geleden een poolklimaat. Het was er onherbergzaam koud, als een poolwoestijn. Maar het werd warmer. De bodem ontdooide en wind kreeg vat op het droge zand omdat er weinig groeide. Op een hellend vlak in Brabant stroomt water van het hoger gelegen zuiden naar het lager gelegen noorden. Tussen de zandruggen zoekt het water de weg van de minste weerstand. Als water een zandrug tegen komt draait ze eromheen. Het stromende water krijgt de naam Duthmala of draailing, wat later verandert in Dommel.

Tussen de hoogtes en laagtes aan weerszijden van het water ontmoeten we ook onze verre voorouders en leren hoe de mens langzaam ook een landschapsvormende factor wordt. Volgens overlevering mag een jonge kluizenares of woudvrouw met de naam Oda hier op de oever bij de hoge zandrug langs het water een stukje land ontginnen, ook wel rooien genoemd. Deze hoogte krijgt in de volksmond de naam Odaberg of Odenberg. Er blijken twee verschillende bergen vernoemd naar Oda. Oda en Rode worden in de tijd samengevoegd tot Sint-Oedenrode.

“De hele aardkorst lijkt verzadigd met bewegend water”

(bron) Christel Kramer, oud-aardrijkskunde lerares, IVN-gids en bewoner Sint-Oedenrode.

VRUCHTBARE REGENRIVIER

We volgen het spoor van de draailing die een weg zoekt tussen de zandruggen. We leren dat de Dommel een regenrivier wordt genoemd. Als er veel regen valt, is de waterstand hoog en vloeit de Dommel over laaggelegen oevers. Het water brengt sedimenten zoals zand, leem en klei en vruchtbare voedingstoffen. Er vormt zich een gelaagd landschap in de diepe bodem en aan de oppervlakte, op zogenoemde beemden. Mensen leren gebruik te maken van deze natuurlijke rijkdommen. 

Aan weerszijden, op de oevers van de Dommel leren we het landschap te lezen aan de hand van sporen van menselijke activiteiten en gebruik door de eeuwen heen. Hoogtes en laagtes hebben niet langer enkel een natuurlijke oorsprong, maar worden mede beïnvloed door mensen. We horen over grote boerengezinnen die het ‘klapzand’ van hun akkers afgraven om te verkopen. Sporen in het landschap verhalen over ‘knoeste arbeid’ van arbeiders die leem afgraven voor de Rooische Steenfabriek. Zogenaamde gebiedseigen materialen werden gewonnen, met nu nog zichtbare landschapsrelicten – in de vorm van afwezigheid of laagten – als gevolg. Op andere plekken ontstaan hoogtes of bolle akkers, door jarenlange toevoeging van mest en heideplaggen.
Langzaam vormt zich een Dommellexicon, met woorden zoals Beek, Rivier, Hemelwater, Grondwater, Zand, Klei, Leem, Ven, Veen, Uitmoeren, Klot, Peel, Peelland, Peelrandbreuk, Kwel, Dommelmeander, Dommelbeemd, Moerkuil, Bolle Akker, Broekbos, Rabat, Vloeiveld, Komgrond, Landweer, Slootwal, Ontginningsdijkje, Stuifzandwal, Krieze, en deze lijst is nog lang niet compleet. 

“Donker dat toch kleur is…” 
(Van Gogh, brief 495, april 1885); 
“..de kleur van een stoffige aardappel, ongeschild natuurlijk” 

(Van Gogh, brief 499, 2 mei 1885)
(bron) Vincent Van Gogh, kunstenaar over Brabant, zijn ‘oer-land’.

MEANDER EN KWEL

Op het hellend vlak tussen het hogere zuiden en lagere noorden volgen we het water noordwaarts en zien hoe de draailing de weg van de minste weerstand zoekt tussen de zandruggen. Door de tijd heen ontstaat een beweeglijk beekdal. Ondertussen leren we hoe de regenrivier de Dommel zichzelf creëert, met haar eigen oevers en bedding, en hoe ze haar eigen mogelijkheden en beperkingen schept. In een eindeloos samenspel tussen water en bodem worden sedimenten zoals klei, leem en zand door het water afgezet in de binnenbocht en weer meegenomen uit de buitenbocht. Afzetting en erosie wisselen elkaar steeds af. We noemen dit meanders, naar een Turkse rivier horen we. We ontmoeten een afgesneden of onthoofde meander die luistert naar de naam Krieze. We weten niet wat deze naam betekent. Krieze komen we tegen in een volkslied uit Sint-Oedenrode, “Kende ok de vogelezang, fitselstek en krieze”.

Tijdens een archeologische opgraving wordt een ‘doorboorde klopsteen’ gevonden. Een steen met een schuin aangebrachte doorboring, een gat waar je duim in kan passen. Een opmerkelijk voorbeeld van prehistorisch gebruik door onze verre voorouders. Natuurhistorie ontmoet cultuurhistorie met deze vondst, bijna parallel in tijd met de laatste grote klimaatverandering. Heeft water deze steen meegevoerd? 
In de lagergelegen bocht of Dommelbeemd wordt beekleem afgezet en mollen brengen hier beekleem zichtbaar aan de oppervlakte. Nat leem blijft aan je handen plakken. Gaandeweg ontdekken we in dit natte gebied ook verschillende soorten water. We gaan terug in de lange tijdschaal van de aarde en leren over breuken in de ondergrond. Breuken die tot op de dag van vandaag een rol spelen in het samenspel van verschillende soorten water: hemelwater en grondwater met natuurlijke fenomenen zoals kwel. Kwel is water dat omhoog stroomt. We vinden een kwelpijp en gaan op zoek naar het hooggelegen Oda putje. Volgens overlevering is het water van het Oda putje “zeer klaar en bijzonder smakelijk”. Is het kwel?

“De Dommel creëert haar eigen oevers en bedding, waardoor ze zichzelf kan vastleggen in haar eigen sedimenten, of juist plekken creëert waar ze makkelijk naar toe kan verplaatsen, migreren. Op zichzelf is dit een autogeen proces, dus zonder invloed van buitenaf bepaald, maar processen van buitenaf (allogene processen) hebben wel degelijk effect op het gedrag of patroon van een rivier: die bepalen of een rivier zichzelf wel of niet vastlegt.”
(bron) Jasper Candel, geomorfoloog, WUR (Ahead of the Curve, 2020).

DE BERG, DE HEUVEL EN HET MOERAS ERTUSSEN

De Dommel ontspringt in het zuiden en stroomt naar het noorden. Bij Sint-Oedenrode maakt de Dommel een bijna haakse bocht naar het westen. Waarom maakt ze daar die bocht? Nu begrijpen we dat het water daar een hindernis heeft ontmoet, in de vorm van een dekzandrug of -welving. We horen over de Berg en de Heuvel met het moeras ertussen. “Brabant was zeiknat” en mensen wonen graag hoog en droog horen we. Op de Heuvel ontmoeten we een tweede Odaberg en we leren dat Oda geen mythe maar een historische legende is. “De vita van Oda verschafte een ‘communal identity’ aan de bewoners van Sint-Oedenrode”, volgens het Meertens Instituut. Een gemeenschappelijke identiteit. We horen over Oda en Rode en lezen over Sint-Oedenrode als “een prachtig groen dorp vervlochten met de Dommel”. 

Als we inzoomen om de Dommel nog beter te leren kennen, ontmoeten we meanders, dode armen en horen verhalen over kanaliseren en veel meer. Onder de Knoptoren ontdekken we dat de Dommel zelfs uit twee stromen kan bestaan, de oude meander en de gegraven Dommel.
De Dommel stroomt en verplaatst. Dat is nuttig voor zaden en dieren. Op de traptreden van de Knoptoren horen we over de paling, in Brabant aal genoemd, die in de oceaan bij Mexico wordt geboren en zich met golfstromen laat meevoeren naar kusten. Vervolgens tegen de stroming in de Dommel opzwemt richting België. Als paling volwassen is, laat ze zich met stevige storm weer terugdrijven door de Dommel richting zee. Molenaars vingen paling, een belangrijke voedselbron voor de armen. Aal of paling is bijna uitgestorven maar wordt weer meer gesignaleerd in de Dommel, omdat we ze een handje helpen. We wandelen langs de vistrap. Wordt vis uit de Dommel nog steeds gegeten?
We ontdekken een rijke verzameling van Dommelbetrokkenen en Dommelprojecten, met natuur-inclusieve en maatschappelijke projecten en verschillende vormen van emotioneel eigenaarschap en vragen ons af van wie de Dommel eigenlijk is? 

“Brabant was zeiknat.”
(bron) Floris Alkemade, Rijksbouwmeester en bewoner Sint-Oedenrode.

WENSNATUUR

We verkennen de bijna haakse bocht die de Dommel bij Sint-Oedenrode maakt. We ontmoeten steeds meer steen. Op oude kaarten zien we Sint-Oedenrode langzaam rondom de Dommel groeien. We lezen over de wordingsgeschiedenis van gemeenschappen tussen het Grauw en het Groen. Verwachtingen en gebruik van het natuurlijke samenspel tussen water en grondstoffen veranderen.  

Als we vanuit het verleden naar het heden stappen, wordt het met het stijgen van de temperatuur ook vochtiger en verandert open landschap in bos en veen. Jagers-verzamelaars komen naar het waterrijke gebied waar veel voedsel te vinden is. Langzaam ontstaan nederzettingen met vee en akkertjes. Bossen worden gekapt, er ontstaan heidevelden en zandverstuivingen. De bevolking groeit, er is meer voedsel nodig en er worden steeds meer gronden ontgonnen. Rabatten en watermolens sturen het water. Eikenbossen worden vervangen door linden. Er komen ontginningsboerderijen, met als werkverschaffing het vastzetten van stuifzanden. Er is meer hout nodig. Naaldbomen worden geplant voor hout voor mijnbouw elders. Bomenakkers met aangeplante uitheemse populieren uit Noord-Amerika om hier klompen te maken. Kunstmest wordt ingezet om van hei landbouwgrond te maken. Wateroverlast groeit en beken worden gekanaliseerd om water sneller af te voeren. Door ruilverkaveling ontstaat schaalvergroting. Meanders worden afgesneden. Meer bevolking, meer verstedelijking, meer infrastructuur en meer voedselbehoefte. Meer vee, betekent meer mais en meer afvalstoffen. Meer fabrieken veroorzaken meer water- en bodemvervuiling. We horen dat de Dommel ruikt naar wasmiddel en hoe bodemvervuiling een argument wordt om verder kanaliseren van de Dommel tegen te gaan.

Naast hemelwater en grondwater gaat rioolwater en afvalwaterzuivering een steeds grotere rol spelen, begrijpen we. De Dommel probeert ondertussen haar weg te vinden tussen groeiende verstedelijking en snelwegen. We horen hoe vraagstukken over klimaatverandering, vernatting of verdroging, waterbergingen en zelfs ‘watermachines’ het samenspel van natuur en mens steeds verder beïnvloeden. We leren over klimaatbestendige aanplant en hoe een nieuwe biotoop de flora en de fauna langs de Dommel zal versterken. Maar begrijpen we de Dommel nog of duwen we de Dommel in een romantisch verwachtingspatroon, als een vorm van ‘wensnatuur’? Beschouwen we de Dommel zelf als natuur? 

“Zo weet iedere ecoloog bijvoorbeeld dat het Dotterbloem-verbond (Calthion palustris) model staat voor graslanden op matig voedselrijke, moerige tot venige, soms slibhoudende, klei- of veengronden die ‘s winters nat en ‘s zomers vochtig zijn en vrijwel steeds worden gevoed door voedselrijk regionaal kwelwater. De naam is dus een pars pro toto, een ecologisch etiket voor een bepaald deel van het totale landschap of totale ecosysteem.”
(bron) Van Jeruzalem tot Ezelakker. Veldnamen als levend erfgoed (2009).

OVERKLUIZING

Tussen alle waarneembare, door het samenspel van natuurlijke en door de mens gemaakte sporen in het landschap, ontmoeten we ook een onwaarneembaar waterlandschap. Water dat zich buiten ons blikveld lijkt te begeven. 
We lezen over ‘talig landschap’ met opbouw en eigenschappen van de natuur, gebruiksmogelijkheden en sociale, rituele en kosmologische betekenissen. We ontdekken het belang van overlevering en de wijze waarop we verhalen delen met elkaar en ons eigen maken.

We proberen de relatie te ontrafelen tussen de Dommel en het zogenoemde Rijsings of Rijzings Ven. We raken in verwarring over verschillende betekenissen van het woord ven. Is het een natuurlijk klein meertje in een heide of is een ven een gevolg van afgraving van veen voor turf, klot, brandstof?  
Op oude kaarten zien we dat er een verbinding tussen de Dommel en een ven wordt weergegeven. We lezen over een oorspronkelijke waterhuishouding, een middeleeuwse bekenstructuur, ‘de natuurlijke plas ‘Rijsingen’, waar de gehele omgeving via een natuurlijk bekenstelsel op afwaterde’. ‘Het Rijsings Ven was een natuurlijk ven op de Schijndelse Heide’. Maar we lezen ook over het Rijzings Ven ‘met een afwatering richting de Dommel’. De naam Rijzing lijkt te verwijzen naar het omhooggaan, het wassen of de stijging van het water. Stroomt water omhoog naar de plas of het ven of andersom, richting de Dommel? En is er wel een relatie tussen het ven en aangelegde vijverpartijen? Ondertussen leren we over ‘een verzamelbekken van waaruit het water via een leiding onder de Zwembadweg naar de Dommel wordt afgevoerd’. We horen over een overkluizing tussen Dommel en plas.
We volgen het verborgen spoor van het water en leren over huidige klimaatvraagstukken, teruggeven aan de natuur en hemelwaterafvoer van de aangrenzende wijk richting de vijver. We pionieren met water?

“In 1802 lezen we in de archieven dat het Rijsingsven van weinig waarde is vanwege de lage ligging en het weinige voedsel dat het oplevert, en dat het daarom wel gedempt kan worden. Maar de ingezetenen van Sint-Oedenrode protesteren daartegen.”

(bron) Willeke Damen van de Mosselaer, Heemkundekring De Oude Vrijheid, BHIC (Brabants Historisch Informatie Centrum) en bewoner Sint-Oedenroede.

DE LOGICA LIJKT UIT HET LANDSCHAP LOSGEZONGEN

We kijken naar het geheel van de Dommel in het Dommeldal en ervaren hoe verleden, heden en toekomst samenvallen. We volgen de logica van de Dommel als draailing die haar weg zoekt tussen hindernissen. Onder het motto ‘water stroomt omhoog’ wandelen we van het hogere zuiden naar het lagere noorden. We worden onderweg gevoed door verschillende blikvelden van (lokale) ervaringsdeskundigen tot en met wetenschappers. We verwonderen ons over schoonheid en kwetsbaarheid en ontdekken een samenhang tussen verschillende soorten water en grondstoffen, die worden gekleurd door de tijd en het gebruik en de verhalen van mensen.

Gaandeweg leren we over wensbeelden, over romantiek en realiteiten, zoals klimaatverandering en bodemvervuiling. “We laten haar met rust” lijkt nu een gevleugelde uitspraak. 
We reizen van woeste gronden via productielandschap naar recreatielandschap. Gaandeweg ontdekken we een ander type landschap, waar wordt gezocht naar een hervinden van een logica tussen water en cultuur. Het Dommeldal ontvouwt zich als een aquatisch landschap, als een testruimte waar de interactie tussen menselijke behoeftes en natuurlijke processen kan worden beoefend. We zien dat, naast biodiversiteit, recent steeds meer aandacht is voor geodiversiteit, de natuurlijke variatie aan geologische, geomorfologische en  sociodiversiteit wordt geodiversiteit steeds meer gezien als manier om zorg te leren dragen voor het gehéél van de leefomgeving. 
Het Dommeldal weerspiegelt de wijze waarop we ons verhouden tot het landschap en bevat sporen van de veranderende maatschappelijke opgaven door de tijden heen. De enige constante factor lijkt de stromende Dommel zelf. Maar is dat ook echt zo? Wie is Dommel?

“De logica lijkt uit het landschap losgezongen, een landschap dat niet (meer) leesbaar is, wordt ook verminderd (be)leefbaar.”
Gerard Rooijakkers, cultuurhistoricus, geboren en getogen in het dal van de Dommel.

CREDITS
De Dommeltrommel is tijdens meerdere veldwerkdagen tot stand gekomen door de genereuze bijdragen van alle gidsen die in regen en wind in het Dommeldal hun verbeelding, verhalen en inzichten over de Dommel deelden met het team van kunstenaarscollectief Satellietgroep. 

Met dank aan: José Vos, Anita van de Looij, Christel Kramer, Hein Elemans, Hans Hendriks, Floris Alkemade, Jasper Candel, Willeke Damen van de Mosselaer, Netty van de Kamp, Harrie van den Brand, Peter van den Berk, Rob Jansen, André van de Wijdeven, Aleth Lorne, Anne van Kuijk, Jack Werners, Gerard Rooijakkers, Rob Brinkhof, Mari Thijssen, Marsha van de Heuvel, Marieke Willekens, Paul van Dijk, Freek Willems, Joost van der Cruijsen, Bert van der Valk, Hein de Jonge, Dirk Sijmons en vele anderen.

COLOFON
De Dommeltrommel is ontwikkeld door kunstenaarscollectief Satellietgroep – Jacqueline Heerema, Francois Lombarts en Lotte Bosman – op uitnodiging van Waterschap De Dommel en Kunstloc Brabant in het kader van het Living Lab Brabantse Beken en de Landschapstriënnale 2021. 
Voor contact over de Dommeltrommel: satellietgroep@gmail.com

Meer over:
Satellietgroep: http://www.satellietgroep.nl
Waterschap De Dommel: http://www.dommel.nl
Kunstloc Brabant: http://www.kunstlocbrabant.nl
Brabantse Beken: http://www.brabantsebeken.nl
Landschapstriënnale 2021: https://landschapstriennale.com/editie-2021/

(bron afbeelding) ‘Doorboorde klopsteen’, Brabants Heem, 1971.

(Bron afbeelding) Rob Brinkhof, ecoloog